Bosrandbeheer voor Vlinders en andere Ongewervelden - NIEUW
Hardcover in nieuwstaat, zonder inschrijvingen.
- Auteur: Kars Veling - J. Snit
- Co-auteur: V. Siebering
- Uitgever: KNNV, Uitgeverij
- Nederlands
- Hardcover
- 9789050111911
- 96 pagina's
Het boek "Bosrandbeheer voor vlinders en andere ongewervelden" (ISBN: 9789050111911), geschreven door Kars Veling, John Smit en Vivian Siebering, is een praktische handleiding voor natuurbeheerders. Het richt zich op het omvormen van abrupte bosranden naar geleidelijke, ecologisch rijke overgangen.
Inhoud van het boek
Het boek bespreekt hoe een ideale bosrand is opgebouwd en welke beheermaatregelen noodzakelijk zijn om de biodiversiteit te vergroten. De kernonderwerpen omvatten:
- De gradiënt: De opbouw van gras (zoom) naar struiken (mantel) en bomen (boskern).
- Klimaat: Het creëren van windbeschutting en warme microklimaten.
- Maatregelen: Praktische technieken zoals hakhoutbeheer, gefaseerd maaien en het creëren van open plekken.
- Monitoring: Methoden om te toetsen of het uitgevoerde beheer succesvol is.
Belangrijkste aandachtspunten bij bosrandbeheer
- Voorkom abrupte overgangen: Rechte, dichte muren van bomen direct grenzend aan intensief grasland bieden geen leefgebied.
- Zorg voor mantel- en zoomvegetatie: Creëer een zachte overgangszone met struiken en bloemrijke kruiden.
- Zon en warmte: Ongewervelden zijn koudbloedig; randen op het zuiden of oosten moeten open en zonbeschenen blijven.
- Waardplanten en nectaraanbod: Zorg voor continuïteit in bloeiende planten voor volwassen insecten en specifieke planten voor rupsen en larven.
- Gefaseerd beheer: Maai of snoei nooit de hele rand tegelijk om schuilplaatsen en eitjes te sparen.
Welke soorten profiteren hiervan?
De maatregelen in dit handboek zijn specifiek ontworpen voor diergroepen die de beschutting van het bos combineren met de openheid van het veld.
- Dagvlinders: Typische bosrandsoorten zoals het Boomblauwtje, Koevinkje, Bont dikkopje, Grote weerschijnvlinder en de IJsvogelvlinder.
- Nachtvlinders: Talloze macro- en micronachtvlinders die struwelen gebruiken als waardplant of rustplaats.
- Zweefvliegen en bijen: Insecten die afhankelijk zijn van vroegbloeiende struiken zoals wilg, meidoorn en sleedoorn.
- Kevers: Direct afhankelijk van de overgangszones, dood hout in de zon, en specifieke bloemen.
- Wantsen en spinnen: Roofinsecten die profiteren van de dichte, gelaagde structuur van de kruidlaag.
- Slakken: Soorten die gedijen bij de hogere luchtvochtigheid en strooisellaag in de schaduwrijke delen van de zoom