Hans Keilson - 4 X Topliteratuur - Weimar-republiek en oorlog
€ 25,00
4 Paperbacks in absolute nieuwstaat, zonder inschrijvingen.
- Boek 1 - Het Leven gaat Verder - oorspronkelijk uitgegeven in 1999 - 254 blz.
- Boek 2 - In de Ban van de Tegenstander - oorspronkelijk uitgegeven in 1959 - 240 blz.
- Boek 3 - Komedie in Mineur - - oorspronkelijk uitgegeven in 1947 - 127 blz.
- Boek 4 - Daar staat mijn Huis - 2011 - 103 blz.
Het leven gaat verder (Das Leben geht weiter, 1933)
- Thema: De economische crisis en de opkomst van het nazisme.
- Inhoud: Dit sterk autobiografische debuut beschrijft een Joods middenstandsgezin in een Duits provinciestadje tijdens de roerige Weimar-periode. Keilson schetst hoe de wurgende economische crisis, sociale onrust en het sluimerende antisemitisme het dagelijks leven overschaduwen. Het boek werd direct na publicatie door de nazi's verboden. [1, 2, 3]
Komedie in mineur (Komödie in Moll, 1947)
- Thema: Het absurde en gevaarlijke leven van een onderduiker.
- Inhoud: De roman vertelt het verhaal van Wim en Marie, een jong Nederlands echtpaar dat de Joodse man Nico in huis neemt als onderduiker. Wanneer Nico onverwacht aan een natuurlijke ziekte overlijdt, raakt het stel in paniek. Ze moeten in het diepste geheim en onder de neus van de bezetter een lijk zien weg te werken, wat leidt tot een macabere en psychologisch geladen situatie. [1]
In de ban van de tegenstander (Der Tod des Widersachers, 1959)
- Thema: De psychologische dynamiek tussen dader en slachtoffer.
- Inhoud: Dit wereldwijd geprezen meesterwerk onderzoekt de obsessieve relatie van een jonge Joodse man met zijn 'tegenstander' (een personage gebaseerd op Adolf Hitler). In plaats van louter haat, ontwikkelt de hoofdpersoon een complexe, bijna symbiotische fascinatie voor de man die hem probeert te vernietigen. Keilson gebruikt zijn achtergrond als psychiater om de diepe mentale impact van totale vijandigheid te ontleden
Daar staat mijn huis (2011)
- Thema: Jeuherinneringen en het verlies van het vaderland.
- Inhoud: In deze memoires blikt Keilson terug op zijn jeugd in Bad Freienwalde en zijn studententijd in Berlijn. Hij beschrijft de subtiele omslagpunten waarop hij door zijn omgeving ineens niet meer als buurjongen, maar als 'de Jood' werd gezien, wat uiteindelijk dwong tot zijn vlucht naar Nederland in 1936.