Paarden - Werk aan de Hand - Longe of Lange Teugel

€ 15,00

Hardcover met lichte gebruikssporen, algeheel in zeer goede, gave staat, zonder inschrijvingen.

  • Tirion
  • Richard Hinrichs
  • 2001
  • 160 blz.

De klassieke methode van Richard Hinrichs, beschreven in zijn bekende handboek uitgegeven door Tirion, biedt een systematische training vanaf de grond. Deze technieken maken het paard zonder ruitergewicht sterker, soepeler en rechter. [1]

Hieronder volgt een overzicht van de verschillen tussen de longe, de lange teugel en het werk aan de hand (korte teugel), inclusief de specifieke toepassing voor jonge en oudere paarden volgens de klassieke principes.

De Drie Grondtechnieken

  • De Longe (Enkele of Dubbele Longe): De trainer staat in het midden van een volte. Ideaal voor de basconditie, de voorwaarts-neerwaartse tendens en het ritme. [1, 2, 3]
  • Werk aan de Hand (Korte Teugel): De trainer loopt direct naast de voorhand of schouder van het paard. Er wordt gewerkt met een normale bit- of kaptoomteugel. Dit biedt maximale controle over de stelling en buiging. [1, 2, 3]
  • De Lange Teugel: De trainer loopt schuin achter of direct achter het paard. De lange teugels lopen via de flanken of een singel naar de hand van de trainer. Dit is de hoogste vorm van grondwerk en bootst het rijden exact na. [1, 4, 5]


Technieken voor het Jonge Paard (3 t/of 4 jaar)

Bij jonge paarden ligt de focus op balans, rechtrichten en het begrijpen van de hulpen zonder belast te worden door een ruitergewicht. [1, 2, 3]

  • De Longe als Basis: Start altijd aan de enkele longe of kaptoom om stemcommando’s en de voorwaartse drang te bevestigen.
  • Dubbele Longe / Lange Lijnen: De buitenste lijn loopt rond de broek (achterhand). Dit helpt het jonge paard om begrenzing te voelen, recht te blijven op de rechte lijn en angst voor aanraking rond de achterbenen te overwinnen. [1]
  • Werk aan de Hand: Introduceer dit in stap. De trainer loopt aan de binnenzijde bij de schouder. Leer het paard hier zacht te reageren op de hand (nageven) en de zweep (als vervanging van het ruitersbeen). [1, 2]
  • Oefeningen: Grote voltes, van hand veranderen, tempowisselingen binnen de stap en draf. [1]


Technieken voor het Oudere / Ervaren Paard

Bij oudere paarden verschuift het doel naar verzameling, spierbehoud en het verfijnen van de zwaarste dressuuroefeningen. Het is ook ideaal voor oudere paarden die vanwege slijtage of revalidatie onbelast getraind moeten worden. [1, 2, 3]

  • Werk aan de Hand (Korte Teugel): Perfect om zijgangen zoals schouderbinnenwaarts, travers en appuyementen te perfectioneren. De trainer kan heel dicht op de hulpen zitten en direct de buiging in het lichaam corrigeren. [1, 2]
  • De Lange Teugel (Kroon op het Werk): De trainer positie bevindt zich achter het paard. Het paard moet volledig op eigen benen lopen en mag niet steunen op de hand. [1, 3]
  • Oefeningen voor Verzameling: Schakelen tussen verzamelde draf en de piaffe of passage. Ook de galoppirouette en zelfs de klassieke hogeschoolsprongen (zoals de levade) worden via deze methode uitgebouwd. [1, 2, 3, 4]


Kernprincipes van Richard Hinrichs

  1. Lichaamstaal & Positie: Uw eigen positie ten opzichte van de paardenschouder of -heup bepaalt of u afremt of activeert.
  2. De Zweep als Been: De zweep activeert het achterbeen om meer onder te treden. Sla nooit, maar toucheer zacht op de spronggewrichten of de flanken.
  3. Fasegewijze Opbouw: Vraag nooit verzameling (lange teugel) voordat het paard begrijpt hoe het moet nageven en buigen aan de korte teugel