Stucwerk Nederland 17e en 18e Eeuw - Samenstelling - Restauratie

€ 25,00

Gebonden met stofomslag met lichte gebruikssporen, algeheel in nieuwstaat, zonder inschrijvingen.

Stucwerk in het Nederlandse woonhuis, uit de 17e en 18e eeuw
een onderzoek naar het materiaalgebruik, de vormgeving en verspreiding van stucwerk uit de 17e en 18e eeuw in het Nederlandse woonhuis

  • Auteur: W.V.J. Freling
  • Uitgever: Eisma Edumedia Bv
  • Nederlands
  • Hardcover
  • 9789074252164
  • 384 pagina's

Dit invloedrijke boek uit 1993, uitgegeven door Eisma, vormt de basis voor historisch materiaalonderzoek, stijluitvoeringen en de technische restauratie van monumentaal barok- en rococostucwerk in Nederland. 

Materiaalsamenstelling in de 17e en 18e eeuw

In tegenstelling tot modern gipsstucwerk, bestond historisch stucwerk uit deze periode hoofdzakelijk uit een traag hardende kalkmortel (luchtkalk of licht hydraulische kalk). Dit werd aangevuld met specifieke toeslagstoffen om de krimp te beperken en de verwerkbaarheid te verbeteren: 

  • Bindmiddel: Vette kalk (soms vermengd met een klein aandeel gips voor snellere initiële binding bij gietwerk of fijne ornamenten).
  • Toeslagstoffen: Fijn, gewassen rivierzand of marmerpoeder (voor een helderwitte, glanzende toplaag genaamd stucco lustro).
  • Vezels (wapening): Dierlijk haar (koeien- of paardenhaar) om de treksterkte van de dikke raaplagen op houten rachels en rietlatten te vergroten.
  • Organische additieven: Soms werden additieven zoals caseïne, eiwit of lijmwater toegevoegd om de binding te vertragen, zodat kunstenaars (zoals de bekende Italiaanse stuccatori) urenlang in situ sculpturen konden boetseren.

Restauratiemethodiek en Richtlijnen

Bij de restauratie van 17e- en 18e-eeuws stucwerk gelden strikte monumentenrichtlijnen, sterk beïnvloed door de inzichten uit Freling's onderzoek en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: 

  1. Materiaal-technisch onderzoek: Vooraf wordt de exacte historische mortelsamenstelling geanalyseerd via petrochemisch onderzoek. Restauraties mogen nooit met modern, hard cement of puur gips op kalkondergronden worden uitgevoerd; dit veroorzaakt spanningen en vochtproblemen.
  2. Consolideren vóór vernieuwen: Loszittende stuclagen of zware plafondornamenten worden mechanisch (of via injectie van compatibele kalklijmen) hersteld en opnieuw verankerd aan de houten draagconstructie.
  3. Ambachtelijke reconstructie: Ontbrekende delen worden in situ bijgeboetseerd met een historisch analoge kalkmortel, of via mallen (getrokken lijsten) gereproduceerd conform de oorspronkelijke stijl (zoals de strakke Lodewijk XIV-symmetrie of de asymmetrische Lodewijk XV-rococo).
  4. Afwerking: Historisch stucwerk ademt. Het mag uitsluitend worden overgeschilderd met dampopen verfsystemen, zoals een traditionele kalkwassing (kalkverf) of een reversibele lijmverf, om het vochttransport niet te blokkeren