Vraagbaak Volvo 340/360 Benzine- en Dieselmodellen 1985-1991

€ 12,50

Paperback met lichte gebruikssporen, algeheel in zeer goede, gave staat, zonder inschrijvingen.

Paperback met duidelijke gebruikssporen, algeheel in goede, gave staat, zonder inschrijvingen.

Vraagbaak Volvo 340/360 Benzine en Dieselmodellen - 1985-1991 - met alle afstelgegevens.

Auteur: Olyslager

  • Nederlands 
  • Bindwijze overig 
  • 9789020126259
  • 272 blz.

De Volvo 340 en 360 (bouwjaren 1985 - 1991) maken gebruik van een unieke transaxle-layout met achterwielaandrijving, waarbij de motor voorin ligt en de versnellingsbak op de achteras is geplaatst. Deze configuratie zorgt voor een uitstekende gewichtsverdeling en een kenmerkend weggedrag. De auto is oorspronkelijk door DAF ontworpen als de DAF 77, wat de basis legde voor deze technische opzet. 

Tijdens de grote facelift eind 1985 (modeljaar 1986) werd de techniek grondig gemoderniseerd met schonere motoren en katalysatoren. 


Motorengamma (1985 - 1991)

De 300-serie gebruikte motoren van zowel Renault (340) als van Volvo zelf (360): 

  • 1.4 liter Benzine (B14): Een van oorsprong Renault-blok met stoterstangen. Levert 71 pk tot 72 pk. Dit is een eenvoudige, betrouwbare maar relatief tamme basismotor.
  • 1.7 liter Benzine (B172): Geïntroduceerd in de zomer van 1985. Dit Renault F-serie bovenliggende nokkenas-blok levert 80 pk tot 82 pk (of 74 pk met katalysator). Dit blok vulde het gat tussen de 1.4 en 2.0 liter motoren perfect op.
  • 2.0 liter Benzine (B200): Het echte, robuuste Volvo-blok (bekend uit de Volvo 240/740). De carburateurversie (B200K) levert 101 pk, terwijl de injectieversie (B200E/F met Bosch LE-Jetronic) 111 pk tot 118 pk levert. Dit motorblok is nagenoeg onverwoestbaar.
  • 1.6 liter Diesel (D16): Geïntroduceerd in 1985 (Renault-blok). Een atmosferische diesel met slechts 54 pk. Zeer zuinig, maar traag. 


Transmissie & Aandrijving

De positionering van de versnellingsbak direct tegen de achteras (transaxle) is technisch het meest interessante detail van deze serie. De motor is via een starre centrale buis (waarin de cardanas draait) verbonden met de transmissie. 

  • Handgeschakeld: Een handgeschakelde 4-bak of 5-bak (M45 / M47R). De 5-bak was vanaf 1985 standaard op de 1.7 en 2.0 liter versies.
  • Variomatic (CVT): De traploze automatische transmissie met rubberen riemen, uniek voor de Volvo 340 (niet geleverd op de 360). In de periode 1985-1991 nam het aandeel CVT-modellen sterk af ten gunste van de handbakken.


Onderstel en Carrosserie

  • Voorwielophanging: Onafhankelijke MacPherson-veersystemen met een stabilisatorstang.
  • Achterwielophanging: Een De Dion-as met bladveren. Dit type as combineert de voordelen van een starre as (wielen blijven altijd recht op de weg) met een laag ongeveerd gewicht, omdat het differentieel aan de carrosserie vastzit.
  • Stuurinrichting: Tandheugelbesturing. Vanaf november 1987 werd stuurbekrachtiging als optie (en later standaard op luxe modellen) leverbaar.
  • Gewicht: Variërend van ca. 960 kg tot 1060 kg. Voor die tijd relatief zwaar door het dikke Zweedse plaatwerk en de extra veiligheidsbalken in de constructie. 


Typische Technische Aandachtspunten

Mocht je sleutelen aan of kijken naar een model uit deze bouwjaren, let dan op de volgende bekende mechanismen:

  • Rendix-ontsteking (Renix): De 1.4 en 1.7 motoren hebben een elektronische ontstekingsmodule die bij defecten voor vage start- of uitvalproblemen zorgt.
  • Koolstof-koppelingsborstels (CVT): Bij de Variomatic-modellen slijten de elektromagnetische koppelingsborstels (EMK); als deze op zijn, koppelt de auto niet meer.
  • Roestgevoeligheid: Hoewel beter beschermd dan vroege types, zijn de dorpels, krikpunten, wielkastranden achter en de onderkant van de deuren beruchte plekken.
  • Carburateur-problemen: De Solex- en Weber-carburateurs (vooral op de B200K en B172) kunnen na verloop van tijd valse lucht trekken door kromgetrokken voetjes